Leechpaed

Oud- en nieuwbouw

Vroeger werd het Leechpaed ‘de Kamp’ genoemd en het pand waar men recht tegenaan keek, heette Kampsicht. Links lag dan de Kamp, een groot weiland. Besef u dat tot 1955 de bebouwing links van de Kamp niet bestond tot aan de nummers 19/21. Het Leechpaed is altijd onverhard geweest. Twee wilgenbomen aan de noordzijde, halverwege het pad, waren generaties lang de favoriete speelplek van de dorpsjeugd. Je keek vanaf de Oan ‘e Dyk zo naar de achtererven van vijf boerderijen aan de Dokkumer Ee. Vanaf die boerderijen werden gras, hooi en vee veelal per praam aan- en afgevoerd. Er boerden twee van de bekendste bewoners: pake Lieuwe van der Meer en âlde Johannes van der Heide. Langs de achterkant van de woningen aan de noordzijde was de tuinderij van Calsbeek/ Tromp. Deze woningen (‘de nije hûzen’) zijn begin jaren twintig gebouwd door een woningstichting, in de jaren ‘80 afgebroken en vervangen door de huidige. De vrijstaande huizen richting Lekkum zijn in de jaren twintig van de vorige eeuw gebouwd.

Het Leechpaed gaf toegang tot vijf kleine boerenbedrijfjes. Het vervoer van vee verliep veelal over de Dokkumer Ee.

De boerderijen aan het Leechpaed

Kalfje bij boerderij van Van der Meer

Waar het Leechpaed (vroeger was de benaming ‘De Kamp’) ligt waren tot 1920 geen woningen. De woningen aan de zuidzijde werden rond 1955 gebouwd. De woningen aan de noordkant rond 1920. Het onverharde Leechpaed vormde de verbinding naar de boerderijen, de tuinderij van de firma Calsbeek en enkele woningen aan de Dokkumer Ee. Ook de bewoners van ‘It Kâlde Streekje’ (zo genoemd vanwege de ligging op het noorden) werden geacht het Leechpaed te gebruiken.

Halverwege het Leechpaed stonden aan de rechterkant twee wilgen. Deze wilgen vormden generaties lang een speelplek voor de jeugd. Aan het einde van het Leechpaed aan de rechterkant de oprit naar waar vroeger de gardenierswoning van de Calsbeken stond. Over een bruggetje want de tuinderij was vrijwel geheel omsloten door water waarover de producten werden vervoerd naar de veiling in Leeuwarden.  

De boerderijen van Alves, Oenema (later De Vries en weer later Herder), de gebroeders Feitsma, Van der Meer, Van der Heide en Stuit waren zo gelegen dat veel verkeer over de Dokkumer Ee plaatsvond. Oud bewoner Gerrit Moed weet in 2021 nog te verhalen over de tuin en de stal waar ze veel speelde. Hij herinnert zich nog de aanvoer van hooi met de schouw vanuit de miedlanden, achter de Bullemolen. Ook dat er een hooiwagen was die ‘s winters in elkaar op de hooizolder kwam te liggen en die diende om het hooi van het land naar de schouw te rijden. Het was de kunst het hooi niet te hoog te stapelen anders kon je niet onder de Bonkebrug (brug in de Lekkumerweg)  door. Met een lange lat werd de schouw gestuurd. Aangekomen bij de boerderij ging het hooi met een jacobsladder omhoog (het luik zit er nog). Buiten was een hooibult met een losse kap, die kon langs vier palen omhoog en naar beneden.

De boerderij van Herder waar daarvoor Kees en Anne Oenema woonden en daarna Kijhoutsje. Gerrit beaamt het verhaal van oudejaarsnacht dat De Vries bang was dat de jeugd vernielingen aan ging richten dat hij met een soort van honkbalknuppel van voor naar achter rende. Daar had de jeugd veel schik om. 

Volgens Gerrit heeft er nooit een stokerij gezeten en is de steen bij de verbouw kort na de tweede wereldoorlog uit de oude woning gehaald en geplaatst in het deel van Alves.

In die tijd waren het vier woningen, gebouwd door Jabik Bijlsma. Van die vier huizen zijn later twee gemaakt. Een oude foto geeft aan dat vroeger het Leechpaed vlak langs de woningen liep en in ieders tuintje tegen de erfgrens aan had men zijn toilet, met ton. Even achter het hart zitten werd dat genoemd naar de deur met uitgesneden hartje. Een houten WC waar je in de winterdagen zowat vanaf sneeuwde. Dan was het echt geen lange zit. 

Het streekje werd ook wel strontzicht genoemd. Ze zagen uit op de dongbult (mestvaalt)van Alves waar een korst op lag maar als Alves begon met mestuitrijden dan verdween ook de korst en hoefde je niet in de tuin te gaan zitten door de stank. De stinksloot die de afscheiding vormde tussen het terrein van Alves en de vier woningen was sowieso niet al te fris. 

We lopen de boerderijen tot aan het Leechpaed allemaal even langs.

De Stookerij en de Kommunist (Oan ‘e Ie 24 en 25)

Lange halen (Oan ‘e Ie 26)

Verwoestende brand (Oan ‘e Ie 26)

Visserman en Bollerinder (Oan ‘e Ie 27)

Inbreekburen (Oan ‘e Ie 28)

Timmerschuur en koemelker (Oan ‘e Ie 30)

Alde Johannes op stoffen pantoffels (Oan ‘e Ie 31)

Jan Hessel Kooij vertelt over het Leechpaed.