hoek van de smidssteech

Smidssteech

Een sta-kroeg en armenhuis

De Smidssteech wordt ook nog wel Baukesteech genoemd, naar één van de oud-bewoners: Bauke van der Haag. De naam Smidssteech is een verwijzing naar een ver verleden. Het pand Oan ‘e Ie 8 was jarenlang een smederij met bovenwoning. Daarna vond brandstoffenhandel Van der Noord er huisvesting. De steeg gaf onder meer toegang naar de winkeltjes aan de Dokkumer Ee, en naar het aan de steeg gelegen café De Gouden Leeuw. Een kleine sta-kroeg waar werd gedronken, gerookt, gekookt én geslapen door de uitbaatster. Ook bevond zich in de Smidssteech tevens het Armenhuis, toentertijd in eigendom van de kerk in Lekkum, in gebruik genomen in 1837 en afgebroken rond het jaar 1890. Beheerder was de veldwachter, tevens tuinder, Uilke Bouwmeester. Dit armenhuis had de entree aan de Oan ‘e Dyk en je kreeg via een smalle donkere gang toegang tot de verschillende kamertjes. Op zeker moment verbleven er 7 oude mensen, 11 gebrekkigen en 14 kinderen.

De Smidssteech de toegang naar de smid maar ook naar diverse winkeltjes aan de Dokkumer Ee.

De smeden waaraan de Smidssteech zijn naam ontleent (Oan ‘e Ie 8)

1746

Taeke Bearns

In 1746 wordt al een smid genoemd als inwoner van Snakkerburen. Op een lijst uit 1749 staat de naam Taeke Beerns vermeld, gehuwd met Geeltje Hanses. Akte van doop zoon Johannes 07-12-1732 en op 3 januari 1734.

Een kinderrijk gezin want ik zie hem ook aangifte van geboorte doen op 3-4-1724 Rinske, 15-4-1725 Antje, 14-7-1926 Antje, 22-6-1927 Johannes, 8-11-1928 Antje, 1-1-1730 onbekend , 7-12-1732 Johannes, 3-1-1734 Johannes. 

1746
1803

Douwe Jans Faber

De Fabers waren hier vanaf 1803 smid geweest.

De reactie van Jan Calsbeek:
“Oer dizze Faber ha ik myn heit nea praten heard. De man hie wol in tapaslike efternamme, want “faber” betsjut yn it Latyn “smid of ek wol hy dy’t wat makket” Fabryk hat der ek wat mei te krijen.
It hat syn útfallen, dat meitsjen. By ús gie it ferhaal, dat in lettere smid oan de Smidssteech om 1900 hinne in model boatsje makke, mei in stoommesyntsje der yn. 
By de proeffeart yn de Ie sonk dat fierstten te swiere ding en doe hat hy it op it fjûr smiten en mei de grutte hammer plat slein. Wurdt der trouwens ek neamd wêr smid Faber wenne?”

1803
1844 – 1930

Jan Douwes Faber

Over het leven van Jan Douwes Faber is een boek geschreven: ‘De reis van Tiesema’. De Fabers waren vanaf begin 1800 smid te Snakkerburen. Jan Douwes Faber (1844-1930) werd in het leven genadeloos afgerekend op de valse start die hij als smid maakte in het buurtschap Snakkerburen. Door alle tegenslagen in het nauw gedreven, maakte de gelegenheid in 1880 een dief van hem. Hij pleegde een opzienbarende inbraak te Goutum bij de familie van een der opkopers van zijn smederij (Bijlsma). Daarvoor had hij reeds door veelvuldig drankgebruik het contact met vrouw en kinderen verloren. Na een vijfjarige gevangenisstraf verdween hij spoorloos in 1887. Pogingen van zijn kinderen om hem terug te vinden, mislukten.

Anno 2012 kon zijn reis door het leven worden gevolgd, dankzij internet en de digitalisering van archieven. En dat levensverhaal staat beeldend geschreven in een 128 bladzijden omvattend boek ‘De reis van Tiesema’. Een boek met illustraties.

1844 – 1930
1875

Gatsonides

Gatsonides kwam in 1875 na Jan Douwes Faber.
Smid in Snakkerburen van 1876 – 1881 (meer info)



Johannes van der Heide schreef daarover in het dorpsblad oktober 1974: 
“Waarde vrienden,  ik wil nog een kleinigheid schrijven over oud Snakkerburen. Uit de tijd dat ik jong was. Het gaat over de Smidssteech. Voor mijn tiende jaar woonde daar de smid Gatsonides. Dit was de pake van Hinke, ik weet niet hoe oud Hinke, wel haar zus Femkje. Ik weet ook niet of Auke nog leeft maar dan is hij zeer oud maar het gaat om de Smidssteech.
Voor 80 jaar terug was het Gatsonides dus die smid was, vandaar de naam Smidssteech. Dat kwam zo: de boeren van Lekkum en Snakkerburen liepen met hun paarden dan door de Smidssteech. Buiten bij de Dokkumer Ee stond een paardenstal aan alle kanten open. Het paard werd daar ingezet en poot voor poot van ijzer voorzien. Zo’n ding stond ook binnen voor als het koud was.

1875
1881 – 1887

Jouwert Jouwertsma

Na Gatsonides kwam Jouwert Jouwertsma in 1881.   
Jouwert Johannes Jouwertsma is geboren op 31-08-1857 in Scharnegoutum, zoon van Johannes Jouwerts Jouwersma en Antje Cornelis Kuipers. 
Van beroep ijzersmid te Snakkerburen (1881), Oenkerk (1887) en Leeuwarden (1888). Jouwert Johannes is overleden op 19-01-1889 in Leeuwarden, 31 jaar oud. 
Jouwert Johannes trouwde, 23 jaar oud, op 12-05-1881 in Weidum met Tietje Jans Odinga, 26 jaar oud. Tietje Jans is geboren op 04-12-1854 in Weidum als dochter van Jan Doekes Odinga en Dina Simons Hanewald. Zij is overleden op 16-12-1927 in Weidum, 73 jaar oud.

Er werden vijf kinderen geboren in de smidse.
1 Johannes Jouwertsma, gebore: 01-02-1882.
2 Dina Jouwertsma, geboren: 03-01-1883, overleden: 21-02-1883.
3 Jan Jouwertsma, geboren: 03-02-1884: overleden 10-02-1884.
4 Dina Jouwertsma, geboren: 23-02-1885.
5 Antje Jouwertsma, geboren: 22-02-1886.

Jan Calsbeek:
“Myn heit wie fan 1889, sadat syn smid wol Jouwersma west hawwe sil. Ik wit net of dit ferhaal noch libbet op Snakkerbuorren.
Als bewoners tussen 1920 en 1950 noemt Jan Calsbeek in zijn boekwerkje ‘Hwa wennen d’r op Snakkerbuorren tusken 1920-1950’:
Ruurd van der Noord, brandstofhandelaar
Ann en Wipkje van der Noord, brandstofhandelaar
Simon en Sjoerdsje Humalda, machinist vanaf 1930
Hindrik en Beth Sijbranda, brânjesjouwer”

Aanvulling van de nu nog in Snakkerburen woonachtige Piet Sijbranda:
Mijn grootvader was schipper en toen hij ziek was moest mijn grootmoeder met het schip doorvaren om aan de kost te komen. Hun jongste zoon was toen nog niet oud genoeg om met mijn grootmoeder te varen . Daarom werd de oudste zoon gevraagd om met zijn moeder en broer het schip te bemannen. Ruurd van der Noord was een broer van mijn grootmoeder Wimkje Sijbranda van der Noord. Toen mijn grootvader ziek werd werd hij verpleegd bij de familie van der Noord. Hij is daar in oktober 1933 overleden.

1881 – 1887
1889

Postma

Johannes van der Heide, dorpsblad oktober 1974: 
“Toen de smid ophield kwam er een andere smid, dat was Postma, die is hier vervolgens negen jaar smid geweest. Die man is twee- en zestig geworden.”

Bearn Calsbeek noemt op dit adres als smid de naam Postma. Hij heeft vastgelegd dat de boeren met hun paarden maar ook anderen die de hulp van de smid nodig waren door de Smidssteech het pand wisten te bereiken. De kleindochter van Gatsonides woonde later op It Minefjild en schreef geregeld haar herinneringen in het dorpsblad. 

1889
1902

Tilstra

Johannes van der Heide, dorpsblad oktober 1974: 
“Toen is er komen wonen een zekere Tilstra. Hij was daarvoor smid op  Camstraburen. Dat was de laatste smid op Snakkerburen.”

Zo dat weet gij dan weer. 

1902

Van slager naar kapper (Oan ‘e Ie 9)

De Bûterblom: van melkboot tot ijsbreker (Oan ‘e Ie 10)

Kruidenierswinkel in Anton Pieck-stijl (Oan ‘e Ie 11)

Het kaaspakhuis (Oan ‘e Ie 13)

Schoenmaker Durk Skoech (Oan ‘e Ie 14)

Vijf sigaretsjes voor een stuiver (Oan ‘e Ie 15)

Praam voor varkensspek en overledenen (Oan ‘e Ie 16 en 17)

Stoffenwinkeltje (Oan ‘e Ie 19)

Het armenhuis in de Smidssteech

Lapkekeapman Hidde Koekje (Oan ‘e Dyk 54 en 56)

Omgekeerde elfstedentocht (Oan ‘e Dyk 11 en 13)

Man van kwizekwânsje (Oan ‘e Dyk 15)

Brandspuithuisje (Oan ‘e Dyk 17)

Vergiftigde eenden en het Kâlde Streekje (Oan ‘e Dyk 19 en 21)

Jan Hessel Kooij vertelt over de Smidssteech.